Waar de opwekking mee begon: Wees oprecht!

Waar de opwekking mee begon: “Wees oprecht..!”

Dertien maanden na de kleine opwekking kreeg ik de vraag: “Vincent, wat wil je?”. Ik zal je vertellen; dit is de meest belangrijke vraag die je ooit gesteld kan krijgen.

Opgebrand door een eis-vervullend leven
Oktober 2009 werd er na jaren officieel een burn-out bij me vastgesteld. Deze was ontstaan omdat ik altijd naar de pijpen van anderen heb gedanst. Niet mijzelf gevraagd wat ik wil, maar altijd maar bezig om de wensen en eisen van mijn ouders, mijn omgeving en de samenleving te vervullen. Je bent dan bezig eis-vervullend te leven. Je probeert volgens de bijna goddelijke wetten van anderen te leven. Je krijgt een gespleten persoonlijkheid, omdat je dan aan de ene kant je diepste wensen en ware behoeften hebt en aan de andere kant je handelen dat op de eis van anderen gericht is. De vaststelling van de burn-out was een ware zegen. De woorden die de psychiater toen uitsprak, “Je moet al je verplichtingen neerleggen…”, waren voor mij vrijspraak. Voor het eerst in mijn leven ging ik een periode in waarin ik zelf bepaalde wat goed voor mij was.

Begin van de opwekking
Oktober 2009 was gelijk het begin van de kleine opwekking. De woorden “Je moet al je verplichtingen neerleggen…” begon ik op elk terrein van mijn leven toe te passen. Mijn geloofsleven was geen ‘geloofsleven’ te noemen. Het was een ‘werkleven’. Een leven waarin ik steeds net niet de eindstreep haalde. Ik was steeds niet goed genoeg. De kracht van de duisternis over mijn leven werd veel te groot en ik bezweek onder het gewicht ervan.

De God die ooit naar mij omgezien had, zag blijkbaar niet meer naar me om. Ik voldeed niet aan Zijn onmogelijke eis en Hij kwam mij niet tegemoet. De God die ik juli 2005 had leren kennen en waar ik nog met plezier over getuig, was niet meer. Ik zette een punt achter mijn ‘geloofsleven’ en plaatste geestelijk een nieuwe vacature: “God gezocht. Ik ga niets doen.”

Toen kwam ik een notitiebriefje op mijn bureau tegen dat ik die dagen regelmatig onder ogen kreeg. Daarop stond de tekst Titus 2:11-14: “De genade van God is verschenen heilbrengend voor alle mensen, om ons op te voeden…”. God bleek al jaren, zo niet eeuwen, een verbond te hebben met de afspraak dat ik niets kon en mocht doen om Zijn onvoorwaardelijke liefde en gunst te krijgen. Hij zou de ‘werken’ die voortkomen uit geloof doen, niet ik. En zo had God, tweeduizend jaar geleden de god-vacature vervuld. Mij vasthoudend aan het gegeven dat ik niets kon doen om God te plezieren, begon toen de tijd waar ik zulke goeie herinneringen aan heb: de kleine opwekking.

Wandel voor mijn aangezicht en wees onberispelijk
We gaan even een paar jaar verder terug in de tijd. Toen ik juli 2005 God leerde kennen, was dat door een spreker die ik nu Jan noem. Jan was iemand die zelf stoeide met ‘people pleasing’. Dat is iemand die het altijd anderen naar de zin wil maken. Hij had vaak de legendarische tekst van God aan Abraham in Genesis 17:1 (NBG-51) – “Toen Abram negenennegentig jaar oud was, verscheen de HERE aan Abram en zeide tot hem: Ik ben God, de Almachtige, wandel voor Mijn aangezicht, en wees onberispelijk;”. En dan drukte de woorden “onberispelijk” zwaar op je. Gelukkig kwam Jan dan terug met het liefdevolle vaderhart van God en ging je weer blij de week in.

Het leek Jan’s lijftekst wel. “Wandel voor Mijn aangezicht en wees onberispelijk”. Ik had veel respect voor deze man, ook al was hij een kerkleider. (Ja, mijn beeld van kerkleiders was toen al niet zo goed en is er niet beter op geworden.) Sterker nog, als ik God zocht en een concept nodig had van een liefdevolle vader, dan was Jan mijn voorbeeld. Hij stelde zich kwetsbaar op en gaf alles om de kerkgemeente het succes te geven dat nodig was. Jan brandde overigens op in 2006 en moest zijn grote dromen, waaronder een ongeëvenaarde gemeente, los laten. Iets wat ik voor Jan vreselijk vond.

Fort Knox in mijn boekenkast
Toen bij mij vier en half jaar later mijn ogen open gingen voor het 100%-genade-verbond, ging voor mij de Bijbel open. Vroeger was het zo dat af en toe een tekst naar boven kwam als een klompje goud. Maar toen ik Gods ‘deal’ met de mensen ten volle begreep, vond ik tijdens het lezen van de Bijbel niet om de zoveel tijd een goud klompje, maar was het een compleet Fort Knox. Het was een goudhuis waar ik elke keer de deuren van open gooide en het goud mij verblindend toe schitterde. (Overigens wel leuk dat ik telkens als ik vertel over het hebben van openbaring in de Bijbel over goudklompjes heb, want goud is het beeld van Gods genade… Denk bijvoorbeeld aan het gouden verzoendeksel van de ark die boven de Wet lag in de tempel.)

Wees eerlijk over wie je bent
Zo kwam ik ook de spreekwoordelijke lijftekst van Jan opnieuw tegen: “Wandel voor Mijn aangezicht en wees onberispelijk”. Toen werd mij tijdens het lezen van die tekst op het hart gelegd om eens een andere bijbelvertaling te pakken. Ik had toen al een tijdje de deeluitgave van de Herziene Statenvertaling (2008) in huis en las wat er stond bij Genesis 17:1 –

“Toen Abram negenennegentig jaar oud was, verscheen de HEERE aan Abram en zei tegen hem: Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor Mijn aangezicht en wees oprecht.”

God kreeg toen het idee dat ik het niet goed gelezen had en dus las ik het opnieuw: “Wandel voor Mijn aangezicht en wees oprecht”. Nog een keer: “Wandel voor Mijn aangezicht en wees oprecht”. Toen las ik het. Volgens mij is ‘oprecht’ zijn iets anders dan ‘onberispelijk’ zijn. Oprechtheid is dat je eerlijk bent over wie je bent. Dat je handelen en spreken overeenkomt met wie je bent.

In die zelfde periode kwam ik veel meer verzen tegen waarin ‘oprechtheid’ was wegvertaald voor iets anders. Neem bijvoorbeeld Psalm 84:12 (HSV2010) –

“Want God, de HEERE,
is een zon en een schild,
de HEERE zal genade en eer geven,
Hij zal het goede niet onthouden
aan wie in oprechtheid zijn weg gaat.”

Door Bijbelstudie programma’s op de computer leerde ik dat de Geest die in mij sprak gelijk had. Tja, onder het ‘werk-verbond’ was de god die je volgde niet te vertrouwen. Je moest altijd alles nakijken of het wel klopte en profetieën kwamen negen van de tien keer niet uit. Dus vind je het gek dat ik zeker wilde weten dat de God van genade mij niet iets voorloog? Nee, taalkundig klopte het helemaal. De meest betrouwbare grondtekst, voortgekomen uit duizenden grondteksten leerde dat God de mensen die eerlijk zijn over wie ze zijn en geen toneelspel spelen en zich niet mooier voordoen dan ze zijn, dik zegent!!! Halleluja!

Met Christus, de Genade van God als fundament, wandelend in oprechtheid, ging ik de meest fantastische maanden van mijn leven door. Steeds meer van het nieuwe leven werd manifest. Sprankeltjes van de ware Gemeente begonnen zichtbaar te worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *